Afdrukken

Nieuwtestamentische verwijzingen naar Genesis

Krachtige bevestiging van historiciteit

Sommige christenen zijn zo ‘geïntimideerd’ door de schijnbaar overweldigende argumenten voor evolutie en miljoenen jaren, dat ze het noodzakelijk achten de Bijbel zó te herinterpreteren dat ze hun geloof in Gods Woord kunnen combineren met geloof in evolutie. Een benadering die tegenwoordig populair is onder deze theïstisch evolutionisten, is de eerste hoofdstukken van Genesis te vergeestelijken of allegoriseren; ze als ‘symbolisch’ of ‘niet-historisch’ te beschouwen.

Er zijn echter goede redenen om Genesis 1 tot 11 gewoon te zien als historische verslaglegging, net als de rest van Genesis (zie FAQ & VLA - Wat is het literaire genre van Genesis 1-11?). Eén van die redenen is dat er in het Nieuwe Testament tientallen malen verwezen wordt naar de eerste elf hoofdstukken van Genesis alsof het ware geschiedenis betreft.

Hieronder volgt een uitgebreide lijst met Nieuwtestamentische passages waarin op één of andere manier verwezen wordt naar een gebeurtenis of persoon die voor het eerst in Genesis 1-11 beschreven staat, of waarin er een duidelijke parallel is met een tekst in Genesis 1-11.

Ik wil niet beweren dat ieder van de onderstaande teksten doorslaggevend bewijs tegen theïstisch evolutionisme vormt. Maar als onderdelen van Genesis symbolisch of anderszins niet-historisch opgevat moeten worden, zou dat dan niet moeten blijken uit de manier waarop de Nieuwtestamentische schrijvers over de gebeurtenissen en personen in Genesis schrijven? Daar is totaal geen sprake van. In geen enkele Nieuwtestamentische tekst die iets zegt over Genesis vinden we ook maar de geringste aanwijzing dat we met iets anders dan geschiedschrijving te maken hebben. Theïstische evolutie geniet geen enkele Bijbelse onderbouwing. Integendeel: het NT verwijst naar Adam, Eva, Kaïn, Abel, Henoch en Noach alsof het historische personen zijn. Het NT verwijst naar de schepping van Adam en Eva, de zondeval, de moord op Abel en de zondvloed alsof ze echt gebeurd zijn. Er is geen verschil tussen de manier waarop het NT naar personen en gebeurtenissen uit Gen 1-11 verwijst, en de manier waarop het naar de rest van het Oude Testament verwijst.


Genesis Tekst in Genesis NT Tekst in NT
1:1 In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Heb 11:3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
Heb 11:3 bevestigt creatio ex nihilo: schepping vanuit niets. God schiep de wereld, en maakte daarbij geen gebruik van reeds bestaande materie. Dit weerlegt de Bijbelvreemde notie dat God de hemel en aarde niet schiep, maar slechts scheidde, zoals recentelijk door de Nijmeegse hoogleraar Ellen van Wolde is gepostuleerd. Natuurlijk zijn er, zowel in het OT als NT, talloze teksten die bevestigen dat God alles maakte (niet alleen scheidde). Zie bijvoorbeeld Mar 13:19, Joh 1:10, Hand 14:15, Hand 17:24, Rom 1:20, Ef 3:9, Op 4:11, Op 10:6 en Op 14:7. Wat betreft de bewering van Ellen van Wolde dat Genesis 1:1 vertaald zou moeten worden met ‘In den beginne scheidde God de hemel en de aarde’, zie deze reactie van het Nederlands Bijbelgenootschap.
1:21, 25, 27 Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. […] En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. […] En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; 1 Kor 15:39 Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen.
De evolutietheorie behelst dat alle levensvormen elkaars bloedverwanten zijn. Dat vinden we echter nergens, ik herhaal: nergens, in de Bijbel terug. De Bijbel leert ons juist dat er discontinuïteit is tussen verschillende groepen dieren.
1:27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. Mar 10:6 Maar van het begin der schepping heeft Hij hen als man en vrouw gemaakt;
Dit zijn de woorden van Jezus Christus zelf, en Hij baseert de doctrine van het huwelijk op hoe God de mensheid in het begin gemaakt heeft.
1:27
Mat 19:4 Hij antwoordde en zeide: Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt?
Merk ook op welke autoriteit Jezus, de Zoon van God, hecht aan de woorden van Genesis. ‘Hebt gij niet gelezen…?’ Met andere woorden: Gods Woord zegt het, dus is het zo. Theïstisch evolutionisten zouden dezelfde mentaliteit moeten adopteren.
2:7 toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen. 1 Kor 15:45, 47 Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. […] De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel.
In 1 Kor 15 verwijst Paulus naar de gebeurtenissen van Genesis 2, zonder ook maar de geringste hint dat we hier te maken hebben met iets anders dan geschiedenis. Hij bevestigt Adams naam en de manier waarop hij geschapen is. Hij noemt Adam de ‘eerste mens’ en contrasteert dat met Jezus, de ‘laatste Adam’. Dat bevestigt dat we te maken hebben met chronologie, niet met allegorie. Dat Adam de eerste mens is, wil tevens zeggen dat er geen pre-Adamiten waren. Adam had geen ouders.
2:7, 2:22
1 Tim 2:13 Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva.
Weer een verwijzing naar personen en gebeurtenissen uit de eerste hoofdstukken van Genesis, met de aanname dat het echte geschiedenis betreft. Hij zegt ook dat Adam en Eva geformeerd werden, niet ‘uitverkoren uit geestloze mensachtigen’, zoals bijvoorbeeld theïstisch evolutionist René Fransen beweert.
2:9, 3,22 Ook deed de HERE God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom der kennis van goed en kwaad. Op 22:2 Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren.
Dit vers in Openbaringen past mooi in de Bijbelse leer over de Wederoprichting (Handelingen 3:21). De Wederoprichting, zoals het woord al zegt, herstelt de situatie van vóór de zondeval. De Wederoprichting houdt onder andere in dat de Boom des Levens weer zal bloeien en dat dieren niet meer op elkaar zullen jagen (zie Jesaja 11:6-8). Theïstisch evolutionisme is in strijd met de Bijbelse doctrine van de Wederoprichting, omdat er volgens dat model nooit een tijd geweest is dat er geen predatie was (in tegenstelling tot wat Genesis 1:29-30 ons leert).
2:17, 3:19 Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven. Rom 5:12 Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben;
Waarom moest Jezus naar de wereld komen om voor onze zonden te sterven? Vanwege de zondeval! Genesis 3 is het fundament onder het Evangelie. Christenen die de zondeval marginaliseren (bijvoorbeeld door te zeggen dat er al gedurende miljoenen jaren dood was vóór de zondeval) ondermijnen daarmee dus het Evangelie.
2:18, 22 En de HERE God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past. [...] En de HERE God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. 1 Kor 11:8-9 Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. De man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man.
De zoveelste verwijzing naar personen en gebeurtenissen uit Genesis, en wederom is wat Paulus schrijft honderd procent in lijn met wat er in Genesis staat.
2:23 Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal „mannin” heten, omdat zij uit de man genomen is. Hand 17:26 Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt […]
Dit komt uit Paulus’ evangelisatiepreek aan de Atheners, waarbij hij hen uitlegt welke God hij dient. Eén van de belangrijkste dingen om over God te zeggen is natuurlijk dat Hij de Schepper is. Dit doet Paulus op een wijze die volledig in lijn is met wat Genesis ons leert: uit één bloed (Adam) heeft God de hele mensheid gemaakt. Dit weerlegt evolutionistische dwalingen dat er vóór Adam, of tegelijkertijd met Adam, al andere mensen bestonden, die niet van Adam afstamden.
2:24 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn. Ef 5:31 Daarom zal een man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn.
2:24
1 Kor 6:16 Of weet gij niet, dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam (met haar) is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot één vlees zijn.
2:24
Mat 19:5 En Hij zeide: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn.
2:24
Mar 10:8 Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees.
Weer een serie Nieuwtestamentische teksten die de schepping van Adam en Eva bevestigen.
3:1, 13 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? 2 Kor 11:3 Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige [en loutere] toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden.
Een terloopse verwijzing naar een persoon en gebeurtenis uit Genesis.
3:4 De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, Joh 8:44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.
Waarom zegt Jezus dat de duivel ‘van den beginne’ een mensenmoordenaar was en dat hij de ‘de vader der leugen’ is? Omdat het de duivel was die in het begin door middel van een leugen de mens tot de zondeval (en daarmee de dood) bracht, zoals Genesis zegt.
3:6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. 1 Tim 2:14 En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen;
Adam en de vrouw (ze wordt hier ‘de vrouw’ genoemd, omdat ze haar naam Eva pas later kreeg, zie Genesis 3:20) worden specifiek benoemd, en er wordt verwezen naar het vallen voor de verleiding als ware het een werkelijke gebeurtenis. Geen enkele indicatie dat het iets anders is dan historie.
3:14 Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. 1 Joh 3:8 wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.
1 Joh 3:8 vat het Evangelie samen: de duivel is medeverantwoordelijk voor de zondeval (gedeelde verantwoordelijkheid is geen halve verantwoordelijk; het vingerwijzen naar medeschuldigen doet niets af aan de schuld van de mens, zie Genesis 3:12-19), en Jezus is naar de aarde gekomen om de werken des duivels (dat kan zowel het werk van de duivel zelf betreffen, als het werk van zondige mensen) ongedaan te maken. Merk ook op dat dit vers zegt dat de duivel ‘van den beginne’ zondigt, precies zoals Genesis zegt.
3:17 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, Op 22:3 En niets vervloekts zal er meer zijn. […]
Dit haakt weer in op de doctrine van de Wederoprichting. Ten tijde van de zondeval werd de schepping vervloekt, omwille van de zonde van de mens. Openbaringen 22 voorspelt dat er in de Wederoprichting niets vervloekts meer zal zijn. Op 22:3 verhaalt de ongedaanmaking van Gen 3:17.
3:17-18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; Rom 8:20-22 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen […] Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is.
Ook dit Schriftgedeelte in Romeinen 8 haakt in op the big picture die de Bijbel schetst van de wereldgeschiedenis: In het begin schiep God alles zeer goed, door de zondeval is de schepping ‘onderworpen aan vruchteloosheid’ en ‘in barensnood’, en in de toekomst zal God de oorspronkelijke goedheid van de schepping weer herstellen. Theïstisch evolutionisme ondermijnt dit Bijbelse gegeven, want volgens het evolutiemodel is er ten tijde van de zondeval praktisch niets verandert in de schepping. Pijn, ziekte, predatie en dood waren er altijd al.
3:19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Op 21:4 en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
In de Wederoprichting zullen moeite en dood niet meer voorkomen, evenals die er voor de zondeval niet waren. Openbaring 21:4 geeft aan dat God helemaal geen voorstander is van tranen, dood, rouw, geklaag en moeite. Maar als evolutie Gods scheppingsmethode was, dan moeten er miljoenen jaren van tranen, dood en moeite geweest zijn, vóórdat de mens überhaupt bestond. Dat gaat in tegen de leer van de Schrift en tegen het karakter van God.
3:19
1 Kor 15:21, 22 Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
Weer een bevestiging dat de zondeval het fundament onder het Evangelie is. Adam was net als Christus een historisch persoon, en voor de zondeval was er geen dood in de wereld.
4:3-5 Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de HERE een offer; ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en de HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok. Heb 11:4 Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
Een bevestiging van de historiciteit van Kaïn en Abel. Het is goed om Hebreeën 11 in zijn geheel te lezen. Er wordt verwezen naar verschillende Oudtestamentische personen, zoals Abraham, Isaak, Jakob, Jozef, Mozes, Gideon, David en Salomo, die om hun geloof gezegend werden. Dat Abel samen met deze historische figuren genoemd, is een sterke aanwijzing dat ook hij werkelijk bestaan heeft.
4:4, 8 ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en de HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, […] Toen zij nu in het veld waren, stond Kaïn tegen zijn broeder Abel op en doodde hem. Mat 23:35 opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde, van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.
Abel wordt hier in één adem genoemd met Zacharias. Geen enkele christen twijfelt eraan dat Zacharias echt bestaan heeft, dus kunnen we er vanuit gaan dat ook de verwijzing naar Abel een verwijzing naar een historisch persoon is.
4:10 En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept tot Mij van de aardbodem. Heb 12:24 en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.
4:11 En nu, vervloekt zijt gij, ver van de bodem, die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen. Luc 11:51 van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias, die omgebracht is tussen het altaar en het tempelhuis. Ja, Ik zeg u, het zal afgeëist worden van dit geslacht.
Nog meer verwijzingen naar Abel, en het gegeven dat hij vermoord is. Geen enkele indicatie dat we hier te maken hebben met iets anders dan geschiedschrijving. (Het is eigenlijk absurd dat deze Nieuwtestamentische onderbouwing nodig is. Iedereen die Genesis 4 leest, herkent het gelijk als historisch narratief.)
4:8, 16 Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des HEREN, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden. Jud 11 Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileamsloon bezweken en door het verzet van een Korach ten onder gegaan.
In één adem worden hier Kaïn, Bileam en Korach genoemd. Geen enkele Bijbelgelovige twijfelt aan de historiciteit van Bileam en Korach, dus dit is de zoveelste ijzersterke bevestiging van de historiciteit van Kaïn.
5:5 Zo waren al de dagen van Adam, die hij geleefd heeft, negenhonderd dertig jaar; en hij stierf. Rom 5:14 Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende.
In Rom 5:14 worden Adam en Mozes als begrenzingen gebruikt om een bepaalde periode mee aan te duiden. Dat geeft aan dat Adam en Mozes beiden als historische personen gezien worden.
(Theïstisch evolutionisten zitten trouwens met een dilemma wat betreft die 930 jaar, zie Adam en Eva: een groot probleem voor theïstisch evolutionisten.)
5 [Geslachtsregister van Adam tot Sem.] Luc 3:36-38 [Geslachtsregister van Adam tot Sem.]
11:10-26 [Geslachtsregister van Sem tot Abraham.] Luc 3:34-36 [Geslachtsregister van Sem tot Abraham.]
Geslachtsregisters zijn natuurlijk je reinste geschiedschrijving. Als een christen de historiciteit van Adam in twijfel wil trekken, wáár in het geslachtsregister van Adam naar Noach (of van Adam tot Jezus) moet je dan de scheidslijn trekken tussen historisch en allegorisch?
5:18 Toen Jered honderd tweeënzestig jaar geleefd had, verwekte hij Henoch. Jud 14 Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden,
Henoch is in Genesis inderdaad de zevende vanaf Adam. Dit pleit vóór de historiciteit van Genesis 5, en tégen de hypothese dat er gaten zitten in de geslachtsregisters van Genesis.
5:24 En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen. Heb 11:5 Door het geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest;
Ook Henoch staat in de lijst van geloofshelden in Hebreeën 11. Dit bevestigt ook de historiciteit van de wijze waarop Genesis zegt dat Henoch deze wereld verlaten heeft.
6:13 Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen. 2 Petr 2:5 en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht;
6:14, 18 Maak u een ark van goferhout; met vakken zult gij de ark maken en haar van binnen en van buiten met pek bestrijken. […] Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten, en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u. 1 Petr 3:20 die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.
Petrus bevestigt het plaatsvinden van de zondvloed, en het feit dat Noach met zeven anderen de vloed overleeft heeft.
6:22, 7:1 En Noach deed het; geheel zoals God het hem geboden had, deed hij. […] En de HERE zeide tot Noach: Ga in de ark, gij en geheel uw huis, want u heb Ik in dit geslacht voor mijn aangezicht rechtvaardig bevonden. Heb 11:7 Door het geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin; en door dat (geloof) heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden der gerechtigheid, die aan het geloof beantwoordt.
Ook Noach is opgenomen in de lijst der geloofshelden in Hebreeën 11.
7:10-13 Na zeven dagen kwamen de wateren van de vloed over de aarde. In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend. En de slagregen was veertig dagen en veertig nachten over de aarde. Op diezelfde dag gingen Noach en Sem, Cham en Jafet, Noachs zonen, en de vrouw van Noach en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark, Mat 24:37-39 Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in [die] dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
7:10-13
Luc 17:26-27 En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zó zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en allen verdelgde.
Nog meer bevestiging, dit maal uit de mond van Jezus zelf, dat de zondvloed echt plaatsgevonden heeft. In Lucas 17:28-32 wordt, direct na de verwijzing naar de zondvloed, op dezelfde manier verwezen naar de verwoesting van Sodom. Maar weinig Bijbelgetrouwe christenen twijfelen aan de historiciteit van die gebeurtenis, dus ook over de zondvloed zou geen enkele twijfel moeten bestaan.
7:19-20 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt. Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt. 2 Petr 3:6 waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water.
Nogmaals een Nieuwtestamentische verwijzing naar de zondvloed. Theïstisch evolutionisten beweren dat de zondvloed slechts een lokale overstroming was, terwijl Genesis heel duidelijk maakt dat de zondvloed wereldwijd was (zie, om maar iets te noemen, Genesis 7:19). Maar ook het woordgebruik in 2 Petrus 3:6 ondersteunt het wereldwijde en catastrofale karakter van de vloed. Het Griekse woordje voor ‘wereld’ is hier ‘kosmos’, en het Grieks voor ‘verzwolgen’ is ‘katakluzo’.
9:4 Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten. Hand 15:20 maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed.
De gehele wereldbevolking stamt af van Noach, en dus zijn de wetten die God aan Noach gaf van toepassing op de gehele mensheid (dit in tegenstelling tot de wetten die God speciaal aan de Israëlieten gaf). In het licht van Genesis 9 is de beslissing die de apostelen nemen, om het eten van bloed te verbieden, dus goed gefundeerd.
11:31 En Terach nam zijn zoon Abram en Lot, de zoon van Haran, zijn kleinzoon, en Sarai, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram; en hij deed hen wegtrekken uit Ur der Chaldeeën om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen te Haran en bleven daar. Hand 7:4 Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont;
Genesis 1 tot 11 eindigt met de eerste kennismaking met Abraham. De overige hoofdstukken van Genesis beschrijven de levens van Abraham, Isaak, Jakob en Jozef, waarvan niemand (geen enkele Bijbelgelovige in elk geval) de historiciteit in twijfelt trekt. Er is continuïteit tussen de eerste hoofdstukken van Genesis en de latere hoofdstukken. Vanaf Abraham worden gebeurtenissen veel uitgebreider verteld, maar er is geen sprake van een verandering in schrijfstijl of woordgebruik. Voor wie de verhalen over Abraham leest als waargebeurde geschiedenis, zou er ook geen twijfel moeten bestaan over Adam, Kaïn, Abel en Noach.



 

 
Evolutie.EU, Powered by Joomla!; Joomla templates by SG web hosting