Afdrukken

Fedor Steemans ‘Tien Hoofdargumenten Tegen het Creationisme’


Argument 2

“Wetenschap en geloof zijn twee verschillende mentale velden waartussen communicatie niet mogelijk is”

Fedor Steemans tweede argument lijkt veel op Stephen Jay Goulds stelling dat wetenschap en geloof twee ‘non-overlapping magisteria’ (NOMA, niet-overlappende gebieden) zijn. En meer dan dat is het eigenlijk ook niet: een stelling. We zullen eens zien in hoeverre Fedor deze stelling kan onderbouwen.

Wetenschap neemt het mentale veld kennis voor zijn rekening en religie het mentale veld geloof. Geloof begint waar kennis eindigt. Als er geen manier is om echt zeker te zijn of iets waar is of niet, zijn mensen in staat om te geloven dat het waar is. De wetenschap kan niets zinnigs zeggen over onderwerpen als de zin en de waarde van het leven, of het bestaan van God, en dat beweert het ook niet te kunnen. Aan de andere kant kan de religie geen enkele uitspraken doen over welke wetenschappelijke theorieën nu waar of onwaar zijn, eenvoudigweg omdat wat wetenschappelijk bekend is ondersteund wordt door waarnemingen, en religie heeft niet met waarnemingen te maken, maar met geloof en waarden.

De stelling is gebaseerd op een bepaalde definitie van ‘geloof’. Volgens Fedors definitie is er sprake van geloof wanneer we een bepaalde overtuiging hebben waar we eigenlijk niet echt zeker van kunnen zijn. Volgens Fedor zijn dit zaken als ‘de zin en de waarde van het leven’ en ‘het bestaan van God’.

Maar wat als we niet echt zeker zijn van ideeën die de waarneembare wereld betreffen? Moeten we dan ‘geloven’ in die ideeën (of juist niet)? Als dat zo is, klopt er niet veel van Fedors stelling dat geloof en wetenschap twee verschillende mentale velden zijn. Dan zouden geloof en wetenschap zich namelijk in hetzelfde mentale veld bevinden, en is het verschil slechts een kwestie van gradaties in zekerheid.

En er is inderdaad veel waar we onzeker over zijn in de waarneembare wereld. Sterker nog, aangezien wetenschap inductief is, en onze waarnemingen beperkt zijn, is echte zekerheid zelfs voor de wetenschap niet bereikbaar. En als Fedor met ‘echte zekerheid’ niet de ‘formele zekerheid’ van de wiskunde en formele logica bedoelt, maar slechts ‘redelijke zekerheid’, dan creëert hij het probleem dat mensen onderling waarschijnlijk sterk verschillen in hun inschatting van hoe ‘zeker’ iets is.

Conclusie: het onderscheid tussen wetenschap en geloof is vaag, zelfs als we Fedors definitie van ‘geloof’ voor lief nemen.

Maar natuurlijk nemen we die definitie niet voor lief. Voor de christen is geloof heel iets anders dan ‘datgene waar geen echte zekerheid over is.’ De Bijbel zegt: ‘Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.’ (Hebreeën 11:1) Geloof is dus een zekerheid. En het is ook beslist niet zo dat geloof een ander mentaal veld betreft dan wetenschap. Het christelijke geloof betreft juist de waarneembare wereld: God heeft de wereld gemaakt, er was een zondeval, een zondvloed, een spraakverwarring, een uittocht van Israël uit Egypte, een ballingschap, en Gods Zoon is naar de aarde gekomen en is gestorven en weer uit de dood opgestaan. Echte gebeurtenissen in de waarneembare wereld staan centraal in het geloof van de christen.

Fedors argument komt in feite neer op een vreemde herdefiniëring van het woordje ‘geloof’. In tegenstelling tot wat Fedors definitie van ‘geloof’ doet vermoeden, is het christelijke geloof niet beperkt tot het morele/spirituele, en staat het niet los van waarnemingen. Het doet namelijk uitspraken over de fysieke wereld en kan dus door waarnemingen gestaafd of ondermijnd worden.

Argument 1          Index          Argument 3

 
Evolutie.EU, Powered by Joomla!; Joomla templates by SG web hosting