Afdrukken

Fedor Steemans ‘Tien Hoofdargumenten Tegen het Creationisme’


Argument 8

“Creationisme strookt totaal niet met het fossielenbestand.”

Het fossielenbestand levert bewijs dat er evolutie heeft plaatsgevonden doordat het een logische en voorspelbare opeenvolging van de verschillende levensvormen laat zien.

Fedor zegt dat er sprake is van een ‘voorspelbare opeenvolging’. Voorspelbaar? De ‘opeenvolging’ was reeds bekend voordat de evolutietheorie in zwang raakte. De evolutietheorie is dus zó geformuleerd dat het voldoet aan de algemene volgorde die al geaccepteerd was. Er is dus geenszins sprake van een voorspelling.

Echter, het patroon dat je zou zien als er creatie zou hebben plaatsgevonden is totaal anders. Dan zou je verwachten dat alle levensvormen, zowel uitgestorvene als huidige, gerepresenteerd zouden zijn in de vroegste periode, waarna ze door uitstervingen langzaam aan uitgewied zouden worden tot de huidige toestand. Dat patroon wordt dus níet gevonden.

Fedors voorspelling vanuit het scheppingsmodel klopt niet. Wij interpreteren het grootste deel van de aardlagen niet als ‘perioden’, maar in het licht van één grote zondvloed. De waargenomen opeenvolging is het gevolg van verscheidene sorteringsmechanismen die tijdens de zondvloed in werking geweest moeten zijn. Zie De Zondvloed en het Fossiele Archief voor een iets uitgebreidere bespreking.

Op een ander punt komt het waargenomen patroon juist wel goed overeen met het scheppingsmodel, en totaal niet met het evolutiemodel. Namelijk de afwezigheid van een duidelijke, graduele progressie, die er wel geweest moet zijn als evolutie waar is. Nieuwe vormen verschijnen abrupt en compleet, zoals je binnen het scheppingsmodel zou verwachten.

Sommigen beweren dat het fossielenbestand en haar evolutionaire volgorde een artefact is, bewerkstelligd door subjectief werkende wetenschappers.

De algemene volgorde is geen artefact van een subjectieve werkmethode. De gedetailleerdheid en striktheid van deze volgorde is dat echter wel. In het artikel De Zondvloed en het Fossiele Archief worden verscheidene redenen gegeven waarom de stratigrafische ranges (de spanwijdte van voorkomen in de aardlagen) van veel groepen organismen in werkelijkheid waarschijnlijk langer zijn dan aangenomen wordt. De ‘volgorde’ is afhankelijk van niet-overlappende stratigrafische ranges, dus als de ranges langer zijn dan ze nu lijken, is de mate van volgorde minder.

Bovendien zijn er tot de dag van vandaag nog nooit levensvormen uit verschillende tijdsperioden (bijv. dinosaurussen en mensen) in dezelfde aardlagen gevonden.

De uitspraak ‘levensvormen uit verschillende tijdsperioden worden nooit in dezelfde aardlagen gevonden’ is weinig informatief, aangezien de opvatting dat verschillende levensvormen in verschillende tijdsperioden hebben geleefd, in eerste instantie al voor honderd procent gebaseerd is op de waarneming dat ze nooit in dezelfde aardlagen gevonden worden.

Overigens worden er wel degelijk vaak fossielen gevonden in lagen waar ze volgens evolutionisten niet thuishoren. Soms worden deze vondsten wegverklaard of weggehoond, maar soms worden ze door de wetenschappelijke wereld geaccepteerd. In het laatste geval passen evolutionisten hun verhaal gewoon aan: het betreffende organisme is simpelweg later uitgestorven dan ze eerst dachten, of het is eerder geëvolueerd dan ze aanvankelijk meenden. Dit onderstreept maar weer eens dat de evolutietheorie niet echt toetsbaar is, en dus niet wetenschappelijk. Zie Toenemende Stratigrafische Ranges voor een heel aantal voorbeelden van fossiele vondsten in lagen waar evolutionisten ze niet verwachtten.

Argument 7          Index          Argument 9

 
Evolutie.EU, Powered by Joomla!; Joomla templates by SG web hosting